Campingetiquette

Wie gaat kamperen op een camping, komt terecht in een klein dorp. Afhankelijk van de grootte van de camping zijn er tientallen, honderden of duizenden plaatsen. Net zoals in een echt dorp zijn er regels en wetten om het verblijf er voor iedereen zo aangenaam mogelijk te maken. Naast de regels die de campinguitbater stelt, zijn er nog enkele ongeschreven wetten in campingetiquette. 

Aankomst op de camping 

Na een lange reis ben je vaak moe en dan begint het harde werk nog. De tent moet opgezet worden, de caravan op zijn plaats gemanoeuvreerd, de voortent opgebouwd, enzovoort. Dat kan voor netelige situaties zorgen. Kom je ’s nachts aan, wacht dan ook tot ‘s morgens met opbouwen. Denk aan de nachtrust van je medekampeerders. Wees ook hoffelijk en begin je plaats niet af te bakenen met scheerlijnen of waslijnen. Ook je auto parkeer je zoals bedoeld netjes op je eigen plaats, of soms verplicht op een daarvoor bestemde parkeerstrook. 

Graag traag! 

Op een camping rijd je stapvoets, hoogstens 5 km per uur. Bedenk dat er uit elk steegje of paadje lopende en fietsende campinggasten kunnen duiken, of spelende kinderen. Veel campingpaden zijn niet geasfalteerd en kunnen dus ook stofoverlast veroorzaken. 

Geluidsoverlast 

Een heikel punt op de camping is geluidsoverlast. Beluister je muziek niet te luid. Niet iedereen houdt van muziek of heeft dezelfde smaak. En misschien stoor je met je muziek oudere mensen of jongere kinderen tijdens hun siësta. Zet de muziek dus bij voorkeur niet te luid. Op veel campings moet het vanaf 22.00 uur stil zijn en mogen er geen auto’s meer het terrein op en af. Zit je op een supergezellige zomeravond na 22.00 uur nog buiten, praat dan wat zachter en zet de muziek af. Ben je met een grote groep, zoek dan eventueel een terras bij een café of restaurant op. Laat lege flessen of blikjes niet rondslingeren zodat er niemand over kan struikelen. Besef ook dat je op een camping alles hoort, zeker in een tent, maar ook in een caravan of camper. Slechte slapers nemen het best oordopjes mee, maar geluid maakt nu eenmaal deel uit van het campingleven. 

Honden op de camping 

Niet elke camping laat huisdieren toe. Soms mag het tegen betaling of mag er slechts één huisdier per kampeerplaats meegenomen worden. Gaat de hond mee, zorg dan dat hij geen overlast bezorgt, dat hij op de kampeerplaats blijft en niet elke voorbijgaande campinggast lastigvalt of de schrik van zijn/haar leven bezorgt. Ruim altijd de uitwerpselen op, dat spreekt voor zich. Is je hond een blaffer? Misschien is het dan raadzaam om hem thuis te laten en zo mogelijke wrevel met de buren te voorkomen. 

Hygiënisch sanitair 

Je staat er niet altijd bij stil, maar het sanitair op de camping is openbaar en wordt dagelijks door honderden, misschien wel duizenden mensen gebruikt. Denk dus altijd even aan de persoon die na je komt. Laat het toilet altijd netjes achter, zodat de volgende campinggast er meteen gebruik van kan maken. Daarnaast verlicht je ook het werk van de schoonmaakdienst, want zij zorgen ook voor net sanitair! Heb je kinderen mee, leer hen dan vanaf het begin om netjes om te gaan met het sanitair. Neem ook je eigen toiletrol mee als reserve of als je het toiletpapier van de camping niet wilt gebruiken. Draag altijd slippers of schoenen in een toilet en ga nooit blootsvoets. Als er een lange rij mensen staat te wachten bij de douches, neem dan een korte douche. Soms is het water beperkt en iedereen wil graag douchen onder een warme straal. Douchen met badslippers aan helpt om een schimmelinfectie te voorkomen. Laat ook geen zeepresten achter en maak de vloer altijd schoon met de daarvoor bestemde trekker. Op sommige campings werkt men met munten (al dan niet betaald), die je een bepaalde tijd geven om te douchen. 

Afwassen 

Niets gezelliger dan samen afwassen op de camping, met een gevuld teiltje op de campingtafel. Gebruik je de faciliteiten van de camping, laat de gootsteen dan altijd netjes achter en zorg dat de volgende gast meteen kan beginnen met afwassen en afdrogen. Laat ook geen etensresten achter in het afvoerputje. Gooi die gewoon meteen in de vuilnisbak. En ga ook niet afwassen in de wasbakken of douches, want die dienen voor de persoonlijke verzorging.  

Afval 

We verblijven met zijn allen graag op een mooie, nette camping. Deponeer je afval dus op de daarvoor bestemde plaatsen, sorteer zoals gevraagd en laat het afval niet te lang op je campingstek staan, om extra rommel door nachtdieren te voorkomen.  

Verlichting 

’s Avonds en ’s nachts gebruik je een zaklamp of lantaarn om je een weg te banen over de slapende camping. Schijn alleen op je pad en niet in tenten, voortenten of op vensters van caravans en campers. 

Korte route 

We kennen allemaal de sluipwegen op campings. Het zijn zelfgemaakte paadjes die afwijken van de normale weg en waarvan we denken dat ze een kortere route zijn en dus tijdwinst opleveren. Soms kunnen dergelijke routes door en over het terrein van andere campingbewoners gaan. Heb respect voor de rust en privacy van anderen en neem toch maar de gewone weg. 

Chemisch toilet 

Het toilet van de caravan heeft een apart reservoir voor fecaliën. Dit moet je, als je het toilet gebruikt, regelmatig lozen (wacht ook niet tot het reservoir vol is, want dan weegt de bak enkele kilo’s). Dit doe je niet in het regenwaterputje of in een gewoon toilet. Op de camping is er een speciaal lozingspunt. Je kunt daar meestal het reservoir ook nog eens naspoelen om eventueel achtergebleven toiletpapier te verwijderen. Tip: voor de mensen die niet staan te springen om in 

contact te komen met de sanitaire ontlasting, steek dunne medische handschoentjes in een spleetje bij het reservoir. Bij campers is het reservoir vast gemonteerd in het voertuig. Op de camping of sommige camperplaatsen is een lozingspunt waar het reservoir geleegd kan worden. 

Tot ziens! 

Laat je plaats altijd netjes achter. Denk aan de mensen die na je komen. Zo kunnen de volgende kampeerders ook genieten van een supervakantie.