Capuns, bergtreinen en een kaasmeester

Als bochtige bergpassen je niet afschrikken, wachten je verrassende ontmoetingen in het Zwitserse kanton Graubünden. Met een Belgische sterrenchef, bosmarmotten in het oudste natuurpark, de beste kaas ter wereld en mannen die met treintjes spelen. Volg ons op de Grand Tour!

Dag 1: Logeren met een uitzicht

Ralf Camenisch zwaait ons uit als we het smalle kronkelpad naar de Landwasservallei naar beneden rijden. Gisteravond laat zijn we toegekomen op zijn boerderij, 1650 meter hoog in het gehuchtje Frauenkirch. Als extra inkomstenbron verhuurt Ralf twee staanplaatsen voor campers. Een originele plek met een fraai uitzicht, maar je moet er dus wel een smal baantje naar boven en een houten brug over een bergbeek voor trotseren. Niet eenvoudig met een stevige camper. De voorzieningen zijn basic: een wasbak, een toilet, een gasbarbecue en een picknicktafel. Maar meer wil je ook niet op deze prachtige, rustige plek. In de ‘Hofladen’ vind je alles om je ontbijt te spekken, zoals hoevekaas, boter, confituur en worst.

Frauenkirch maakt deel uit van het bergdorp Davos. Je weet wel, van het jaarlijkse World Economic Forum dat hier sinds 1974 plaatsvindt. Verwacht geen pittoresk Zwitsers dorpje tenzij je een luxehotel in de vorm van een gouden ei charmant vindt. We parkeren de camper op de Bündaparkplatz en wandelen even het dorp door. Naar de Davorsersee, de hotels aan de Promenade en het grasplein waar de groten der aarde met hun helikopter landen.

Schellen Ursli

Nog even inkopen doen en dan vertrekken we over de Flüelapas naar het autovrije dorpje Guarda. Wereldberoemd in Zwitserland als het dorp van Schellen Ursli. Nog nooit van gehoord? Wij ook niet, maar elke Zwitser groeide op met het verhaal van de jongen de grootste bel wilde dragen tijdens de jaarlijkse optocht in het dorp. Het is na Heidi het bekendste kinderboek van het land. De Schellen-Ursli Weg aan de rand van het dorp vertelt je in 3,6 kilometer het hele verhaal.

Het dorpje ligt gedrapeerd op de zonnige zuiderflanken van Engadin, het bergdal van de rivier de Inn. De camper krijgt een te kleine plaats op de parking buiten de dorpsmuren. Ooit lag Guarda langs een bloeiende handelsroute tot nieuwe wegen en de spoorlijn het bergdorp isoleerden. Maar goed ook, zo bleven de beschilderde 17de-eeuwse huizen knap bewaard. Er is een lokale smid, een houtbewerker-met-pijp, een winkel en een eethuisje; meer moet dat niet zijn.

Na een halfuur rijden volgen we de wegwijzer naar Camping Cul in Zernez door een klein industriegebied. Het lijkt weinig uitnodigend, maar schijn bedriegt. De grote camping heeft heel ruime staanplaatsen en een fraai uitzicht op de top van de Piz Linard (3410 meter). De Vlaamse uitbater Wim Spaas maakt ons met veel enthousiasme wegwijs. ’s Avonds maken we in het afgeladen restaurant van Hotel a la Staziun kennis met de lokale specialiteit: capuns. Bladeren van snijbiet, gevuld met deeg, vlees en een kaassausje over. Of een vegetarische variant. Lekker en te vinden op elke menukaart in Graubünden.

Dag 2: Het oudste natuurpark van Zwitserland

Als ontbijt trakteert uitbater en landgenoot Wim ons op een echte Engadiner Nusstorte bij de koffie. Dat is een traditionele notentaart met een stevige gekarameliseerde notenvulling. Een caloriebom die nog op de maag ligt als we de bochten van de Ofenpas trotseren. Is het de notentaart? Het wiebelen van de camper? De hoogte? We voelen ons alleszins opgelucht als we op de parking van het afgelegen hotel Il Fuorn vaste grond onder de voeten hebben en de frisse berglucht inademen. We staan aan de poort van het Zwitserse Nationale Park, een brok van 170 km² onaangetaste natuur en het oudste natuurpark van het land op de grens van Engadindal en het Val Müstair.

We volgen de wegwijzers naar Alp La Schera. Een uur en een kwartier stijgen we over een smal bergpad door dennenbossen tot we aan een open alm komen. Het zicht reikt helemaal tot het stuwmeer in het Italiaanse Livigno. Zelfs een bosmarmot steekt zijn kop boven de grond om van het uitzicht te genieten. Terug aan de camper lonkt het terras van Hotel Il Fuorn. Perfect getimed om de capuns van de chef te proberen en op krachten te komen. Want er wacht ons nog een lange rit van anderhalf uur naar het Bergün en het Bahnmuseum Albula.

42 tunnels en 144 bruggen

In het oude legerdepot aan de Albula spoorlijn koesteren ze het treinverleden van de streek. De spoorlijnen die in de 19de eeuw werden aangelegd, haalden Graubünden uit een strak isolement. De treinen leverden aanvankelijk vooral toeristen aan op zoek naar gezonde berglucht. Ingenieurs bouwden viaducten, tunnels en bruggen die het landschap mee tekenden. ‘De Albulaspoorlijn verbindt Thusis met Sankt Moritz en is een van de meest spectaculaire treinritten ter wereld’, vertelt onze museumgids Sigi Ritter. ‘Een spoortechnisch wonder: de lijn is 67 kilometer lang en gaat onder 42 tunnels en over 144 viaducten en bruggen. Unesco-werelderfgoed, net als de Berninaspoorlijn die Sankt Moritz met het Italiaanse Tirano verbindt. Er zijn maar drie spoorlijnen ter wereld die dat kunnen zeggen. De derde ligt in Indië.”

Een grote hal van het museum is voorbehouden voor het levenswerk van Bernhard Tarnutzer. De man was als kind al gepassioneerd door treinen en bouwde decennialang aan een modelbaan van de Albulaspoorlijn zoals die er in de jaren 1950 en 1960 uitzag. Nu is hij een zeventiger en niet weg te slaan uit ‘zijn’ museum. Er valt altijd wel wat te herstellen. ‘Ik heb elke heuvel, tunnel en treinbils zelf gebouwd, ik heb het niet zo voor fabrieksmodellen’, zegt hij bijna onverstaanbaar, terwijl hij nerveus van de ene kant van de ruimte naar de andere loopt. ‘Waar ik meest trots op ben? Op het geduld dat ik heb gehad.’

Een andere paradepaardje staat buiten op het spoor: The Crocodile. Een blijkbaar legendarische locomotief die 50 jaar lang de Zwitserse bergen heeft bedwongen. Vandaag slijt hij zijn pensioendagen als rijsimulator voor kinderen. Simuleren doen we niet, want we moeten echt rijden. Met de camper tot aan de gemoedelijke camping Islas in Filisur. Met een Thaise gastvrouw die heerlijke gerechten uit haar geboorteland maakt in de kleine cafetaria.

Dag 3: Landwasser Viaduct

Op vijf minuten rijden van de camping komen we op de parking van het Landwasser Viaduct. Nog even wandelen en we staan aan de voet van een indrukwekkend bouwwerk: 65 meter hoog, 136 meter lang en vijf sierlijke bogen. Met daarop een spoorlijn die een bocht maakt van 45 graden om vervolgens in de rotsen te verdwijnen. Een verplichte fotostop! Zoek alvast een goede plaats en wacht tot de rode treinwagons over het viaduct glijden.

Er staat nog meer natuurschoon op ons programma vandaag. In Thusis sloeg een gletsjer duizenden jaren geleden een indrukwekkende kloof in de rotsen: de Viamala-Schlucht. Het zou een bijzondere ervaring zijn om hier te wandelen, maar dan moeten de Zwitsers eerst een oplossing vinden voor het parkeerprobleem. Er is maar weinig plaats op de kleine parking langs de smalle bergbaan. Drie keer maken we rechtsomkeert in de hoop dat er een plaatsje is vrijgekomen dat groot genoeg is voor onze camper. Tevergeefs.

Dan gaan we maar verder richting Andeer, een mooi dorp van nog geen duizend inwoners. De uitbater van Camping Andeer is nog in middagpauze, maar dat geeft helemaal niet. Dan hebben we tijd genoeg om te relaxen in het Mineralbad vlak naast de camping. De twee baden – binnen en buiten – hebben een aangename temperatuur van 34 °C. Het is vooral wat in het water zit, wat het ‘m doet: de waarden aan strontium, magnesium en calcium zouden een heilzame werking hebben. Of zijn het de whirlpool, de sauna of het uitzicht op de bergen waardoor de tijd lijkt stil te vallen?

Hotel Post

Als we ’s avonds een tafel uitkiezen in Hotel Post, valt de Kempense tongval van de chef ons op. Steve Van Remoortel (48) vertelt ons graag zijn levensverhaal. ‘Ik ben misschien wel de jongste Belgische chef die ooit een Michelinster heeft gehaald’, zegt hij. ‘Maar dat is heel lang geleden. Ik trok al vroeg de wereld in en werkte in restaurants en sterrenhotels in London, Jamaica, de Verenigde Staten. Dan ging ik naar Azië, 15 jaar lang, naar Bangkok, Hongkong, Maleisië en de Malediven. Om dan weer in Europa te belanden als culinair directeur van een groot hotel in Sankt Moritz. Maar nu heb ik een gezin en een kindje van 2,5 jaar. Het werd tijd om een eigen zaak te starten. En die vonden we hier, in Andeer.’

Het gebouw uit 1894 onderging een metamorfose. De eigenaar en Steve investeerden twee jaar langs fors. De originele buitenmuren bleven staan, maar binnen verrees een gloednieuw luxehotel en een gourmetrestaurant. Een troef voor het toeristisch nog niet zo bekende Andeer. Aan culinaire verwennerij is er alvast geen gebrek. De risotto met saffraan, de tomaat met buffelmozzarella, het Zwitserse rundsvlees en het gebakje smaakten hemels. De fles Italiaanse Gran Masetto ook.

Dag 4: De kaasmeester

De laatste dag in Zwitserland, dus hoog tijd om een echt stukje Zwitserse kaas te kopen om mee naar huis te nemen. En waarom dan niet gewoon de beste kaas ter wereld? Martin Bienerth en Maria Meyer hebben al twintig jaar lang hun kaasmakerij in de hoofdstraat van Andeer. De melk komt van vijf boeren in de streek die elk amper slechts 20 koeien hebben. Dat is genoeg voor 400.000 liter melk per jaar, wat 30.000 kg kaas en nog wat boter, yoghurt en kwark oplevert. Hun Andeerer Traum won de gouden medaille in de Cheese World Championships – ja, dat bestaat! – in 2010 in de VS. Een harde kaas met een zachte Alpensmaak.

‘Wat maakt onze kaas de beste? Dat begint op de almen, op 1000 meter hoogte, waar de koeien grazen’, vertelt Martin tussen de grote bollen rijpende kaas in zijn kelder. ‘Daar groeien heel andere planten, bloemen en kruiden dan elders in de wereld. De boeren met wie we werken, kennen de naam van elke koe. De weg van koe tot kaas is heel kort. Heel anders dan in de grote melkindustrie. Maria is de beste kaasmaakster die ik ken, mijn taak is de nazorg in de kelder. Als het hele proces goed zit, krijg je de allerbeste kaas.’ In de toonbank van het kaaswinkeltje liggen de kazen gerangschikt van heel jong tot oud. Harde kazen vooral, maar ook romig witte zachte kazen.

Met de trein door de Rijnkloof

Veel tijd om te proeven hebben we niet want we moeten een trein halen. Het is een uur rijden over smalle, bochtige bergbaantjes naar het station van Valendas-Sagogn. We zijn er een kwartier voor de trein arriveert, maar er is geen plaats voor de camper. Dus bollen we snel naar het dorp Valendas op de bergflank en parkeren we op de speelplaats van de school. Gelukkig is het schoolvakantie. In looppas gaat het naar beneden, net op tijd om de rode treinlocomotief te zien verschijnen. Vergeet niet op het knopje op het perron te duwen. Als niemand duwt, stopt de trein niet.

De treinrit naar Versam-Safien volgt de oever van de Voor-Rijn door een brede kloof en duurt amper vijf minuten. Op de wandeling terug komt het grillige landschap helemaal tot zijn recht. Een bekende route, want er zijn veel zondagswandelaars op pad.

‘Volledig volzet’, zegt het bordje aan Camping Flims. De campers staan tot op de parking van de camping gestationeerd. De dorpen Flims en Laax zijn dan ook de meest toeristische haltes op onze trip. Een populair skigebied dat ook in de zomer in trek is. Het hippe Rock Resort pakt uit met een nieuwe attractie, ’s werelds langste boomkruinwandeling. Een houten pad tussen de boomtoppen van 1,56 kilometer lang. Wel tof, maar het kan niet tippen aan de echte bergpaden van de Zwitserse Alpen. Maar daar hebben ze dan weer geen draaiende glijbaan die je weer naar beneden brengt.

De 1643 kilometer van de Grand Tour

De volledige Grand Tour of Switzerland brengt je in een lus van 1643 kilometer naar de meest betoverende landschappen, 22 turquoiseblauwe meren en 12 Unesco-Werelderfgoedsites.

Een rondrit van minstens zeven dagen vol hoogtepunten. Van het historische hart van Bern tot de 2429 meter hoge Furkapas, de wijngebieden rond Genève en de bergen van Sankt Moritz. De beste periode om de Grand Tour te rijden is van april tot oktober, want in de winter zijn lang niet alle bergwegen open.

Je vertrekt waar je wilt – het noordelijke Zürich is een strategische vertrekplaats – en rijdt best met de klok mee. De route is bewegwijzerd, maar toch hebben wij op onze rit maar sporadisch een bordje gezien. Maar geen nood, het GPX-bestand kan je eenvoudig downloaden via www.MySwitzerland.com/grandtourmap.

De Grand Tour is op maat van auto’s en motorfietsen, maar de camper vormt geen probleem. Soms zijn tientonners niet toegelaten in de kleine dorpen, of vormt een brugonderdoorgang of een smalle weg een hindernis. Zo moet je tussen Corseaux en Lutry  aan de oever van het Meer van Genève een brugje van amper 2,6 meter onder, en tussen Roggwil en Sankt-Gallen is de weg echt wel smal. Maar voor alle moeilijke passages is er een alternatief beschreven. Dat vind je net als tips, kampeerplaatsen en parkings op www.MySwitzerland.com/grandtour.

Camperplaatsen

Campsite Uf dr Höji – Tinzenhornblick

Mattaweg 2, Davod Frauenkirch – www.nomady.ch

Landbouwer Ralf Camenisch biedt op zijn boerderij twee camperplaatsen met basic accommodatie en een prachtig uitzicht. Nomady is zowat de Airbnb voor campers in Zwitserland.

Camping Cul

Madinas – Zernez – www.camping-cul.com

Alle comfort, gemoedelijk en heel ruime plaatsen.

Camping Islas

Filisur – www.campingislas.ch

Een kleine maar charmante plek, waar de Thaïse gastvrouw de lekkerste gerechten maakt. Jammer van de hoogspanningslijnen.

Camping Andeer

Sut Baselgia 120c, Andeer – www.campingandeer.ch

Klein maar alles wat je nodig hebt, aan de rand van het mooie Andeer en naast het Heilbad.

Camping Flims

Via Prau la Selva 4, Flims-Waldhaus – www.camping-flims.ch

Bijna uitsluitend stacaravans en snel helemaal volzet in het hoogseizoen. Maar een enthousiaste uitbating en ruim sanitair.

Gepubliceerd op donderdag, november 17, 2022 door Bart Claes