Het echte kamperen in Graubünden

De bergen van Zwitserland smeken om te kamperen in het wild. Gewoon je tentje opzetten waar je zin hebt of de camper parkeren op een idyllisch plekje. Maar de mooiste natuurplekken zijn beschermd en wildkamperen is niet toegestaan. Tenzij de eigenaar je uitnodigt en tegelijkertijd waakt over de natuur. Zoals in het grillige berglandschap van Graubünden.

Met de camper rijden we in een ruk over Luxemburg, Straatsburg, Bazel en Zürich naar het oostelijke kanton Graubünden. Waar Zwitserland de grenzen van Oostenrijk en Italië raakt en de Alpen op hun ruwst en mooist zijn. De regio is helemaal op bergtoerisme toegespitst: wandelen, fietsen en klimmen in de zomer en wintersport in de – tja – winter. In Davos is er nog meer aan de hand. Het bergdorp op 1560 meter hoogte is vooral bekend als gastheer voor het World Economic Forum dat hier sinds 1988 elk jaar plaatsvindt. Een zegen en een vloek tegelijk. Elke inwoner profiteert op een of andere manier mee van het jaarlijkse hoge bezoek door het verblijfstoerisme en de jobs. Maar ze moeten wel het bizar ogende AlpenGold Hotel aan de rand van het dorp verdragen. Het heeft de vorm van een groot, gouden ei. Donald Trump verbleef er graag.

Geef ons dan maar de charme van een echte Zwitserse boerderij en de hartelijkheid van het gezin Camenisch in het dorpje Frauenkirch even verderop. De rit ernaartoe, door het dal van de rivier Landwasser, is kort maar mooi. Een smal baantje brengt ons hoger op de valleiflank en twaalf haarspeldbochten later rijden we over een houten brug boven een bergriviertje naar de boerderij van Ralf, Marianna en hun kinderen Selina (14) en Ursin (12). Ralf komt ons breed glimlachend tegemoet. Hij zag onze witte camper al van ver moeizaam uit het dal kruipen.

Tussen de schapen

Ralf wijst ons onze staanplaats aan naast een grote landbouwschuur. De boerderij is 400 jaar oud en al generaties lang in de familie. Op de zestien hectaren aan weiden staan een negentigtal schapen. En sinds kort dus ook kampeerders.

Ralf en Marianna verhuren twee camperplaatsen via het online platform Nomady. Dat is een nieuw toeristisch initiatief dat eigenaars en kampeerders samenbrengt. De voorwaarde is wel dat de kampeerplaatsen anders dan anders zijn: in de natuur, op de boerderij, weg van de drukte. En dat is net waar het gezin Camenisch zo van houdt. ‘Ik ben hier opgegroeid en ben blij dat ik mijn kinderen op dezelfde plek kan zien opgroeien’, vertelt boer Ralf. ‘De rust en de gezonde berglucht op enkele minuten van het centrum van Davos. Het is de mooiste plek op aarde. Dat deel ik graag met onze Ferien am Bauerenbof.’

Het vergde wat aanpassingen. De boer richtte een ruimte in een houten schuur in met een wasbak en een toilet. Op het koertje met zicht op de vallei staan een gasbarbecue, een picknicktafel en een loungeset. Op een omheinde speelweide lopen eenden, kippen, konijnen, geitjes en varkens door elkaar. In de Hofladen vind je alles om je ontbijt te spekken, zoals hoevekaas, boter, confituur en worst. Misschien minder comfort dan op een doorsnee camping, maar je krijgt er zoveel schoonheid voor in de plaats. En wolven.

Wolvengehuil

Wolven? Jawel. Kruip maar wat dieper onder de lakens als je ’s nachts wolvengehuil door de vallei hoort galmen. ‘Die hoge hekken rond de schapenweiden staan er met een reden’, zegt Ralf. ‘Het zou niet het eerste schaap zijn dat we verliezen. We doen de dieren bellen aan, dat schrikt de wolf een beetje af. De 8000 volt elektriciteit op de hekken doet de rest.’

Het gezin houdt de schapen voor het vlees, maar dat vormt niet het hoofdinkomen. ‘We slachten slechts een twintigtal schapen per jaar. Onze voornaamste taak als landbouwer is om het mooie Zwitserse landschap te koesteren. We krijgen daarvoor financiële steun van de Zwitserse overheid.’ Samen met het inkomen van het hoevewinkeltje en de verhuur van staanplaatsen is dat voldoende om van te leven. ‘Ik hoef geen honderden schapen te houden. Zulke dierenindustrie zou het landschap onder druk zetten. En dat landschap is onze voornaamste troef.’

Voor Ralf zijn accordeon bovenhaalt en volksdeuntjes over het donkere dal uitstuurt, trakteert hij ons nog graag op een schotel Alpenkaas, Bündnerfleisch en Zwitserse wijn. Een gezellige avond aan de familietafel. ‘Weet je dat je de Matterhorn van hier kan zien’, zegt Ralf, terwijl hij naar het raam wijst. Daar zien we tussen twee bergflanken door de kenmerkende driehoekige spits waar het chocolademerk Toblerone zijn vorm heeft op geïnspireerd. Bijna geloven we hem. ‘Dat is de Tinzenhorn’, lacht Marianna. ‘Dat grapje maakt hij met iedereen.’

Fietsen met Tina

Graubünden pretendeert home of trails te zijn, met 11.000 kilometers aan uitdagende paden. En bijna elk wandelpad is meteen ook een mountainbikepad. De fietskaart die we bij de Bike Academy in Davos Dorf krijgen, toont routes voor iedereen: van korte panoramaroutes tot meerdaagse tochten van hut naar hut. Wij kiezen voor een tocht rond Davos en voor een elektrische huurmountainbike met gids.

Heinrich Stiffler (36) groeide op in Davos en is zoals veel jongemannen ski-instructeur in de winter en fietsbegeleider in de zomer. ‘Maar liefst speel ik ijshockey’, lacht hij. ‘Als je in Davos opgroeit, moet je kunnen skaten en skiën.’ Met de e-mountainbike trappen we de zachte hellingen rond de Davosersee op. Voorbij het ‘Gouden Ei’, de grasvlakte waar de beroemden der aarde met de helikopter landen, over de beboste wegeltjes van de Wolfgangpas waar naar verluidt heel beroemde mensen wonen. ‘Tina Turner’, fluistert Heinrich. ‘Maar vertel het niet verder.’

Reto-Romaans uit Antwerpen

Een uurtje rijden van Davos ligt het dorpje Zernez, de uitvalsbasis voor avontuurlijke tochten in het Zwitserse Nationaal Park. Het oudste natuurpark van het land is goed voor 170 vierkante kilometer ongerepte natuur. Dat vinden we ook op Camping Cul aan de oever van de Inn, in het zicht van de  Piz Linard (3410 m). Een gemoedelijke plek met heel grote staanplaatsen in het groen. Waar de gasten hun hangmat spannen tussen twee bomen en waar vaste bewoonster Gaby haar confituren, thee en zalfjes maakt met wat ze in de natuur vindt. Ze verkoopt ze voor een prikje in de geïmproviseerde stand aan haar caravan. Een camping als geen andere, met een uitbater die het Reto-Romaans met een Antwerpse tongval combineert.

Wim Spaas (52) kwam 28 jaar geleden in Zernez terecht. ‘Om te helpen op de camping tijdens de zomermaanden’, vertelt hij. ‘De eigenaar werd een goede vriend. Na 14 jaar te werken in de luchtvaartsector, heb ik me hier een caravan gekocht en ben ik gebleven. Eerst nog halftijds, maar uiteindelijk zegde ik mijn job in België op. Ik ben verliefd geworden op de regio. Weg van de stress, midden in een bijzonder berglandschap. En op een uurtje ben je in Oostenrijk, op een half uur in Italië en op vijf minuten wandelen in het dorpscentrum.’

100 vogelsoorten

De troef is het Zwitserse Nationaal Park. Een ritje van twintig minuten brengt ons over de Ofenpas, langs het stuwmeer Ova Spin, tot aan Hotel Parc Natiunal Il Fuorn. Van hieruit vertrekken de mooiste bewegwijzerde wandelingen. Het zijn er 21, goed voor 100 kilometer wandelen zonder ook maar een spoor van beschaving. Het laagste punt van het park is 1400 meter, het hoogste is de Piz Pisoc met 3174 meter. Vogelspotters halen hier helemaal hun hart op, er zijn wel 100 verschillende vogelsoorten te vinden. En ook 36 soorten zoogdieren, waarvan de bosmarmot de snoezigste is. Honden zijn trouwens niet toegelaten in het park, ook niet aan de leiband. Nog cijfers? Het natuurpark bestaat voor 28% uit bos, voor 21% uit weidelandschap en voor 51% uit rots. En voor 100% uit gezonde berglucht.

We parkeren de camper en volgen de wegwijzers naar Alp la Schera. De wandeling brengt ons een uur en een kwartier lang door dennenbossen, over een bergriviertje waar we van steen tot steen springen, over een steenlawine, tot we aan een open weide komen. De Alp la Schera op 2091 meter biedt een prachtig vergezicht, helemaal tot het blauwgrijze stuwmeer in het Italiaanse Livigno. De tocht terug naar beneden gaat een stuk sneller. We zijn net op tijd om het laatste tafeltje op het grote terras van Hotel Parc Natiunal Il Fuorn in te pikken. Een tip: proef de Capuns, een lekkere lokale specialiteit van in snijbietbladeren gerolde deeghapjes.

De veilige kant van de wildernis

De Zwitserse avonturier en ondernemer Oliver Huber kampeert het liefst in de wildernis. Weg van de drukte en de beschaving. Maar kamperen in het wild kan en mag niet zomaar overal. Daarom startte hij in 2019 het platform Nomady op dat (land)eigenaars en avontuurlijke kampeerders samenbrengt. Zoals Airbnb doet voor verhuurders van vakantiewoningen.

‘Voor camperaars, natuurliefhebbers en avonturiers. Weg van de menigte, helemaal in de natuur. Gewoon buiten zijn’, zo ziet hij het. En het concept slaat aan. Op amper twee jaar tijd is Nomady een gevestigde toeristische waarde in Zwitserland. Het biedt kampeerders een vleugje avontuur, weg van de conventionele campings. De plaatsen die je op het platform vindt, bieden doorgaans basiscomfort aan: een picknicktafel, een vuurschaal, een toilet in de buurt. Meer moet dat niet zijn aan de veilige kant van de wildernis.

www.nomady.ch

Gepubliceerd op woensdag, juli 13, 2022 door Bart Claes